Print deze pagina

Vermogen

Bij 'energie' hebben we gezien dat er energie vrijkomt als er lading stroomt en daarbij een potentiaalverschil doorloopt.

Bij een doorlopende stroom loopt er een bepaalde hoeveelheid lading per seconde. Dan komt er dus per seconde een bepaalde hoeveelheid energie vrij. 'Energie per seconde', dat noemen we vermogen.

Vermogen (P) wordt uitgedrukt in watt (W). 1 watt is 1 joule per seconde.

De formule luidt als volgt:

P = U x I

Als een stroom door een weerstand loopt, staat er een spanning over die weerstand. De formule daarvoor hebben we al gezien: U = I x R (of I = U / R of R = U / I)

In de weerstand komt vermogen vrij dat met de formule P = U x I kan worden berekend.

Voorbeelden:

Een batterij met een spanning van 9 V levert een stroom van 100 mA. Wat is het vermogen dat de batterij levert (en dus in het aangesloten apparaat vrijkomt)?

100 mA = 0,1 A.

P = U x I → P = 9 x 0,1 → P = 0,9 W

Nu gaan we de twee formules die op deze pagina staan met elkaar combineren.

We sluiten op een accu van 12 V een weerstand aan van 2 Ω. Wat is het vermogen dat dan vrijkomt in de weerstand?

Deze berekening doen we in twee stappen:

1) Met de spanning en de weerstand berekenen we de stroom
2) Met de spanning en de stroom berekenen we het vermogen

1) I = U / R → I = 12 / 2 → I = 6 A.

2) P = U x I → P = 12 x 6 → P = 72 W.

 


Previous page: Energie
Volgende pagina: Capaciteit