Print deze pagina

Lading

Zoals op de pagina "Geleiding" al is gemeld, kunnen electronen zich in sommige stoffen makkelijk verplaatsen. De lading van zo'n electron gaat dan uiteraard mee. Een stof waarbij electronen zich makkelijk verplaatsen noemen we een geleider.

In veel toepassingen is het belangrijk te weten hoeveel lading zich nu in totaal heeft verplaatst. We moeten daarom een eenheid van lading hebben. Omdat de lading van één electron heel erg klein is, is er een eenheid gekozen met een enorm aantal electronen.

Die eenheid heet Coulomb. Een coulomb is de lading van 6,24 x 1018 electronen. Dit getal is zo groot, dat het staat genoteerd in de wetenschappelijke notatie. Voor uitleg: klik hier.

Je kunt dit getal ook lezen als 6,24 x miljard x miljard.

Vergelijk een coulomb aan lading maar met een liter water. Die bestaat ook uit een enorm aantal watermoleculen.

Een lading gaat stromen als er binnen een geleider sprake is van overschot aan lading op de ene plaats en/of tekort aan lading op de andere. Bij een batterij wordt deze lading-ongelijkheid in stand gehouden door een chemisch proces.

De lading van electronen wordt negatief genoemd, daar is in een ver verleden ooit voor gekozen. Liever had men (zo bleek later) juist die positief genoemd. Uiteindelijk heeft men besloten om net te doen of er een positieve lading de andere kant opstroomt dan de electronen. Voor rekenwerk maakt dat niets uit:

Of een geleider nu positieve lading erbij krijgt of negatieve lading verliest, het resultaat is hetzelfde.
Of een geleider nu positieve lading verliest of negatieve lading erbij krijgt, het resultaat is hetzelfde.

Daarom bekijken we dit als volgt:

De electronen stromen van - naar +

De stroom loopt van + naar -

"De stroom" is hier dus eigenlijk het tekort aan electronen, en we mogen dat dus beschouwen alsof er positieve ladingen de andere kant op stromen.

De grootheid lading heeft als symbool Q, de eenheid coulomb heeft als symbool C.


Previous page: Geleiding
Volgende pagina: Potentiaal